vrouwen, maar daarnaast is er ook altijd bij mij de drang geweest me met de wereld om me heen te bemoeien.
Op een gegeven moment ontdekte ik dat er behalve dat overzichtelijke katholieke kader waarbinnen ik was volgegoten nog een veel grotere wereld was die altijd buiten mijn zicht was gehouden. Misschien begon het met een boekje over het boeddhisme waar een vriend mee aan kwam.

Als een deur die opeens openging en vanuit dat kleine katholieke kamertje een gigantische wereld zichtbaar maakte. Er bleken miljoenen mensen, miljarden te zijn, voor wie alles fundamenteel anders was dan voor ons. En die ook in fundamenteel andere omstandigheden leefden als wij. Mensen precies zoals wij die letterlijk stierven van de honger, bijvoorbeeld.
Dat zette de deuren dus open voor veel meer dan alleen maar mijn eigen kleine obsessies.
En ik wilde de verhalen van de mensen die ik ontmoette opschrijven, maar ik wilde ook mét ze aan het werk via de kunst.
Het begon met kunstworkshops voor kinderen. En later, vooral nadat ik mijn creatieve partner Ron Blom ontmoette, kwamen er projecten met allerlei groepen bij, kunst als middel voor anderen die het goed kunnen gebruiken: kinderen van achterstands-scholen, ‘wereldtulpen uit Rotterdam’ bijvoorbeeld of dak- en thuislozen: 'Havenzicht op stelten'.

Zo kon de richting van mijn werk als zelfportret dus langzaam verschuiven van de obsessies van mezelf naar de beelden en de verhalen van anderen, naar gemeenschapskunst.

16 juni 2004 . ´s avonds bijna half 8 - gerdesiaweg de afgelopen weken bijna alle dagboeken die ik heb van hans warren herlezen. en ik ben weer helemaal in de ban. ik lees ze nu voor de 3e keer en over het algemeen vind ik ze steeds beter worden. zo herkenbaar, zo genadeloos eerlijk. op 16 september 1955 schreef hij in het 5e deel over het plezier van dagboeken lezen: ´... men ontmoet er de mensen in zoals ze zijn, in hun kleinheden, hun twijfels. (...) Je bent in direct contact. Het komt het dichtst bij een persoonlijke ontmoeting.´

Kunst & maatschappij .

 .. zondagmiddag 10 feb 08 . half 3 - annastraat .Maatschappelijke kunst is echt een prachtige manier om geld te verdienen en tegelijkertijd wat voor en met anderen te doen én te speuren naar wat echt belangrijk is in het leven. I n ieder geval dus niet zoveel mogelijk schilderijen verkopen aan mensen die toch al alles hebben.
V oor bijvoorbeeld een zwarte school werken is soms ook moeilijk, maar dan doe je het voor mensen die het veel meer nodig hebben.

 .. d insdagochtend 24 / maandag 30 april 2007 – gerdesiaweg / annastraat
 kunst, mens & stad
 Met het Havenzicht-project ben ik weer wat dichterbij het samengaan van mijn kunst en de mensen om me heen gekomen. Ik wilde nooit alleen maar kunst en ik wilde niet alleen maar iets met de mensen om me heen, de maatschappij. Ik zocht altijd naar een soort combinatie.
'Kunst, mens en stad', dat schreven Ron een paar weken geleden en ik op ons eerste gezamenlijke ontmoetings-visitekaartje.
De klassiek begrenzing van de beeldende kunst, zoals die waar ik op de academie tegenaan liep: het isolement van het atelier, 'l'art pour l'art', de kunst alleen maar voor zichzelf, dat heeft me nooit lang kunnen boeien. Een jaar ofzo, toen was het op, daarna moest de buitenwereld er weer bij.
Zo ging het al op het eerste jaar van de kunstacademie. Ik vond het eerst geweldig, alleen met de kunst, maar al snel wilde ik praten over de verhouding van die kunst met onze maatschappij. Daar waren maar weinig medestudenten voor in.
Ik was ook bang voor de buitenwereld toen ik een jongetje was; buiten is het natuurlijk ook gevaarlijk, hard, heftig soms. Maar ik kan toch niet zonder, het hoort erbij en het moet een beetje beter.
Havenzicht en de kunst; buiten en binnen; mensen, stad, kunst..Ook hier is het af en toe moeilijk, moet ik iets in mezelf overwinnen. Maar ook hier merk ik dat het samen kan. Af en toe bevlogen, soms spannend, altijd de kunst en de mensen om me heen.

Het schildersdagboek Kunst komt niet zomaar uit de lucht vallen. Vaak lijkt dat wel zo. Soms wordt er ook net gedaan of dat zo is.
Maar kunst is altijd geworteld in menselijke ervaringen, gevoelens, ideeën.
Dat gegeven is op meeslepende wijze te volgen in de schildersdagboeken .
Vanaf zijn 16e jaar houdt hij een dagboek bij.

ga hier naar vervolg schildersdagboek

Misschien komt het wel door mijn ouderwetse katholieke opvoeding dat ik daar zo werd aangetrokken.

Het geheim van het leven Naast die je mag wellicht zeggen erotische component, is er nog een reden:
er is natuurlijk niets boeienders dan de mens.
Het is niet voor niets dat de mens wellicht het meest afgebeelde onderwerp in de kunst is.
Ik denk dat dat komt omdat er een boeiende verscheidenheid aan vormen: lang, kort, hol, bol. Maar vooral omdat die fascinerende, beweeglijke buitenkant daarbij ook een omhulling is. Een omhulling van een binnenkant , waar ergens bij die ander, net als bij ons, het geheim van het leven moet zitten.

De buitenkant van de werkelijkheid is vaak prachtig. Maar de binnenkant, als we ons verder verdiepen, dat is het onzichtbare mysterie, daar zitten de vragen.
En misschien ook wel de antwoorden.
Ik begon me dan ook steeds meer af te vragen wat er zich ín die hoofden afspeelde van de mensen die ik afbeeldde. En zo ontstonden de interviews, de verhalen, de teksten. Nu niet meer mijn eigen verhalen, zoals ik al jaren deed in mijn (schilders)dagboeken, maar de verhalen van anderen. Zo maakte ik bijvoobeeld een paar jaar geleden het boek en de expositie ‘Maasverhalen’. Daarin combineerde ik met twee collega's, foto's van Marita Beukers met portrettekeningen van Eric Ruijgers en van mezelf en met interviews met bijna vijftig bekende en onbekende Rotterdammers en Schiedammers.

De wereld om me heen
Aan de ene kant was er dus die bijna obsessie om me bezig te houden met wat me het meest aantrok: die

Het gaat namelijk altijd om wat míj raakt, wat míj boeit, waar ík van hou en ik kan het niet anders dan op míjn manier verbeelden of vertellen. Ík ben alles wat ik teken of schilder of waar ik over schrijf. Het zijn míjn liefdes, mijn voorkeuren, op de manier vertaalt waarop ik het zie.
En dus is al mijn werk een zelfportret.
 Dat geldt dus eigenlijk voor iedereen. Maar als kunstenaar heb je natuurlijk ook extra de vrijheid om je eigen lijnen uit te zetten. Van alles je zelfportret te maken.

 Dicht op mijn huid  
Voor mij geldt het wellicht éxtra omdat mijn werk meestal erg autobiografisch is. Het is herkenbaar als zelfportret, het zit dicht op mijn huid.
Vanaf heel jong tekende ik wat me boeide.
Ik vond het veel leuker om als een soort schepper uit het niets iets te maken, dan buiten te spelen. Misschien ook omdat dat mij meestal goed afging. Ik haalde altijd hoge cijfers op school voor tekenen. Kortom: kunstenaartje in de dop, zou je zeggen. Eerst tekende ik soldaatjes en autootjes.
Toen ik een jaar of 12 werd, kwamen de meisjes en de vrouwen.

   kunst    mens     stad